In de huid van de Boeddha

AUTEUR(S): Paul Van der Velde.


TAAL: Nederlands.
UITGEVER: Uitgeverij Balans B.V..
JAAR: 2021.
DRUK: Eerste editie.
FORMAAT: mm.
GEWICHT: gram.
STAAT: Nieuw (New).
UITVOERING: Paperback.
ISBN/EAN: 9789463821247
.


BESCHRIJVING

Het boeddhisme is al jaren zeer populair in het Westen. De Boeddha is te vinden in interieurs en tuinen, woorden als ‘mindfulness’ en ‘zen’ zijn volkomen ingeburgerd en meditatiecursussen bestaan in talloze varianten, van intensieve retraiteweekenden tot ‘buddhism light’ in wellnesscentra. Wat zoeken moderne westerlingen – die zichzelf zo vaak als ‘niet-religieus’ beschouwen – eigenlijk in het boeddhisme? Een ding is zeker: de ideeën die wij erover hebben, kloppen vaker niet dan wel. Het boeddhisme is niet de antistressreligie die het Westen er graag van maakt. Hoewel de Boeddha vaak met een subtiele glimlach wordt afgebeeld was hij bepaald geen vrolijk mens. Paul van der Velde keert terug naar de bronnen en neemt de lezer mee op zoek naar de essentie van het boeddhisme, de vele legenden, de talloze scholen, de verschillende visies die in de loop van de tijd ontstonden. Hij vindt de veelkleurigheid van de leer en de uitwassen ervan. Man en vrouw gelijk? Geen sprake van. Vredelievend en geweldloos? Zeker niet. In het voetspoor van de Boeddha is een fascinerende zoektocht door een wereld die Van der Velde al een leven lang bestudeert, en die telkens leidt tot nieuwe ontdekkingen.

24,99

Op voorraad

Paul Van der Velde. In de huid van de Boeddha. Uitgeverij Balans B.V., verschenen in 2021. [?p.] Eerste editie. mm. gram. Staat: Nieuw (New). Paperback.

INTERN ID: 9789463821247
.
NUR: 680.
LCCN: Onbekend.
DCC: Onbekend.
LCC: Onbekend.

1 beoordeling voor In de huid van de Boeddha

  1. dnldewaele

    “Achter het liefelijke gelaat van het Boeddhisme” – ook zo zou de titel kunnen luiden van dit intrigerende boek. De auteur, hoogleraar Hindoeïsme en Boeddhisme, studeerde Indiase talen en culturen en publiceerde reeds tal van boeken en artikelen over deze godsdiensten. In dit boek neemt hij de lezer mee op een verkenningstocht door de vier grote boeddhistische families: Theravada, Mahayana, Vajrayana en het recentere westerse boeddhisme. Ook binnen deze families zijn nog heel wat verschillende strekkingen. Wat al die stromingen tot boeddhisme maakt zijn twee dingen: het navolgen van het ideaal van Boeddha’s leven, en de overtuiging van elke stroming dat alleen zij echt toegang hebben tot wat de Boeddha eigenlijk bedoelde (en dat geldt ook voor het westerse boeddhisme).

    Wat dit boek bijzonder maakt is dat het de westerling laat zien hoe het boeddhisme in Azië (door de drie eerstgenoemde families) eigenlijk beleefd wordt. Het hippe westerse Boeddhisme is namelijk een gereinigde versie van deze religies, dank zij de theosofische madame Blavatsky en anderen, en de 19e eeuwse oriëntalistiek die een en ander nogal rooskleurig voorstelde. In het westen werd Boeddhisme een adogmatische filosofie – géén religie vooral! Maar het Aziatische Boeddhisme dan. Dat is voor de westerling bepaald teleurstellend. Het begint al met het (ongekuiste) verhaal van het leven van Boeddha. Bekend is zijn ontmoeting met ouderdom, ziekte, dood, en de rust die een monnik uitstraalde, waarop Boeddha zelf al mediterend onder een boom de verlichting bereikt. Maar wat een bizar bijgeloof treft de westerling aan in de Aziatische versies van dit verhaal. Je wordt gewoon teleurgesteld.

    De auteur legt natuurlijk ook de leer van het Boeddhisme uit: wat de vier edele waarheden zijn, hoe je die via het achtvoudige pad bereikt, hij beschrijft de vijf skandha’s, de zes werelden, en nog meer. Je moet er goed je aandacht bijhouden.

    Dan komt de praktische beleving van het Boeddhisme aan bod. Hier valt je mond regelmatig open van verbazing. Niet meditatie maar het eren van allerlei relikwieën blijkt in het Aziatisch Boeddhisme centraal te staan: haren van Boeddha, zijn tanden – vooral de hoektanden, maar ook kopieën daarvan die de kracht van de oorspronkelijke hebben gekregen, moeten zorgen voor bescherming en zegen, zoals gezondheid, voorspoed en het winnen van de loterij. Maar ook stukjes van het gewaad of een stukje bot van een bijzondere monnik, bevatten een zekere kracht, en vinden daarom hun bestemming in holle boeddhabeelden. Het doet allemaal sterk denken aan het middeleeuwse katholicisme. Minder onschuldig zijn het seksueel misbruik door boeddhistische leraren, pedofilie in Japanse kloosters, vroeger ook de slavernij en mishandeling van ‘minderen’ binnen het Tibetaans boeddhisme. Dat Tibetaans boeddhisme blijkt trouwens een religie te zijn van grote angsten, Tibetanen zijn doodsbang voor hun gruwelijke goden (dus toch een religie). Boeddhisme heeft de naam geweldloos te zijn, maar dat valt tegen, de auteur noemt een hele reeks voorbeelden van het tegengestelde, en gaat ook kort in op de situatie in Myanmar en de Rohingya. Ook in het hindoeïsme is er geweld tegen moslims, christenen en lagere kasten. Vrouwen in het boeddhisme hebben een ondergeschikte rol, nonnen krijgen extra regels, in Thailand mogen vrouwen bijvoorbeeld niet onder de pijen van monniken door lopen als die te drogen hangen; dat tast de ascetische kracht van de monniken aan. De auteur gaat dan nog in op wat meditatie eigenlijk is, op zenboeddhisme, de link tussen westers boeddhisme en psychotherapie.

    Het enige minpunt is misschien de titel zelf; die doet vermoeden dat we nu te weten zullen komen wat Boeddha zelf dacht en onderwees (‘in de huid van’), maar dat kan natuurlijk niet. Het is al met al een boeiend, soms humoristisch, leerrijk boek geworden over Boeddhisme. Zelf heb ik wel meer boeken gelezen over deze religie, maar het is voor het eerst dat ik naast de mooie kanten (zoals mededogen) ook de ontluisterende kant van het Boeddhisme zo treffend verwoord vind. Een aanrader!

Een beoordeling toevoegen